Hidde
Nijland
Stichting

Hidde Nijland

Hendrik Arend Hidde Nijland werd in 1885 te Dordrecht geboren, hij overleed in Laren (NH) in 1962. Zijn vader, de Haagse kunstverzamelaar Hidde Nijland, was gehuwd met Adriana Volker. Zij hadden vier dochters en drie zoons.

Zoon Jan Hidde Nijland was architect, terwijl zoon Dirk Nijland een getalenteerd graficus was. Hendrik Arend (Henk) Hidde Nijland had in 1908 het diploma van elektrotechnisch ingenieur behaald. Hij was afgestudeerd bij professor Clarence Feldmann en begon zijn loopbaan als ontwerpingenieur bij Smit Slikkerveer.

Zijn echtgenote, Jonkvrouwe Elisabeth van der Meer de Walcheren, had in Parijs muziek gestudeerd, hun dochter Elsa Hidde Nijland (1911-2002) werd muziekpedagoge.

In 1914 wilde ir. Hidde Nijland samen met zijn oom A.C. Volker Adriaanzn. in Frankrijk een fabriek voor elektrotechnische apparaten beginnen, maar het uitbreken van de eerste wereldoorlog verstoorde die plannen. Reden waarom hij zich weer op Nederland oriënteerde, alwaar door de provinciale elektrificering een toenemende vraag naar schakelmateriaal was ontstaan.

Op 22 juli 1916 richtten de heren ir. H.A. Hidde Nijland, H.C van der Lely en A.C. Volker Adriaanzn. de N.V. Electro-Apparaten Fabriek “Systeem Coq” op. Commissaris Oom Arie Volker (van het gelijknamige Dordtse baggerconcern) was hoofdaandeelhouder, terwijl neef Henk Hidde Nijland zich met de dagelijkse leiding belastte.

Dr. ir. H.A. Hidde Nijland

Dr. ir. H.A. Hidde Nijland

De eerste rij v.l.n.r.: J.M. Wagenaar Hummelink, Ir. J.A. Stoop, Min. H.A. van IJsselstein en Ir. H.A. Hidde Nijland. De tweede rij v.l.n.r.: J. Muysken, A.C. Volker Az., Ir. E.A. Docroo en A.C. van der Lely.

De eerste rij v.l.n.r.: J.M. Wagenaar Hummelink, Ir. J.A. Stoop, Min. H.A. van IJsselstein en Ir. H.A. Hidde Nijland. De tweede rij v.l.n.r.: J. Muysken, A.C. Volker Az., Ir. E.A. Ducroo en A.C. van der Lely.

In een gewezen koetsbedrijf aan de Utrechtse Ridderschapstraat startte men de fabricage van elektrische apparaten. Spoedig echter zou men zich geheel richten op schakelmaterieel voor 220 en 380 volt , dat beter was dan het reeds op de markt aanwezige en wat als uitgangspunt diende voor de latere hoogspanningsconstructies. De aanloop was niet slecht. Al na enkele jaren leek een viervoudige productie opportuun en Hidde Nijland opteerde voor het veel grotere pand van een voormalige spiritusfabriek aan de Kanaalweg. Maar in 1920, vlak voor de voorgenomen verhuizing, werd de oude fabriek door vuur verwoest. Met grote inzet en door handig te improviseren kon men al binnen twee weken in de nieuwe vestiging produceren.

In 1922 verscheen het eerste gesloten en op den duur geheel gesloten schakelmateriaal, dat minder plaats innam, maar bovenal veiliger was voor de mensen die het bedienden.

In de periode tot 1927 zouden de vierkante bakken plaats maken voor ronde, die sterker waren bij afschakelen onder kortsluiting. Na schakelaars voor 3 en 10 kV bouwde men grotere stations voor hogere spanningen, zoals voor 25 kV (GEB-Rotterdam) en 36 kV (CEF-België). In 1934 kwam het eerste buitenstation gereed, het 50 kV onderstation Veenendaal (PGEM-Gelderland).

Een hoogtepunt bereikte men in 1937 met de fraaie 100 kV constructie voor het station Gasselte (PEB-Groningen). Bestudering van de maquette had tot een aantal nieuwe schakelaars geleid, zoals het bekende type 0-010 met veldbreedte 30 cm. Opvallend was, dat de 10-, 25- en 50 kV types pas na het 100 kV type werden ontwikkeld. Het hogere spanningsniveau maakte, dat een concentrische bouwwijze economisch aantrekkelijk werd en het elektrische veld eenvoudiger te bepalen was. Ook bleek deze verkregen kennis toepasbaar bij de niet-concentrische 10- en 25 kV installaties.

Reeds voor 1940 waren er plannen voor een landelijk koppelnet, waardoor er behoefte zou ontstaan aan niet eerder door Coq gebouwde extra compacte gesloten 150 kV- installaties. Tijdens de ontwerpfase werden de medewerkers over alle details geïnformeerd, wat heel leerzaam was. Ook was men bij Coq altijd zeer erkentelijk voor de collegiale hulp van de elektriciteitsbedrijven, zoals bij dit 150 kV station, waar het pionieren hand in hand ging met PLEM en KEMA.

Kortsluitgenerator van het kortsluithuis van de KEMA.

Kortsluitgenerator van het kortsluithuis van de KEMA.

Batterij type 0-010 in dubbelrail uitvoering

Batterij type 0-010 in dubbelrail uitvoering.

Daar men meer opdrachten verwachtte, bouwde men nog in 1941 een grotere montagehal, want elektriciteitsvoorziening werd als zeer belangrijk aangemerkt, maar het werd steeds moeilijker, zeker tegen het einde van de oorlog.

Nog als een gevolg van de Tweede Wereldoorlog kon het beproeven van de eerste 150 kV installatie pas in 1957 succesvol worden afgesloten, om deze in 1958 bij Lutterade (PLEM-Limburg) in gebruik te nemen. Wel had men inmiddels het afschakelvermogen verdubbeld en op 3.500 MVA gebracht. Voor Coq was dit station een bekroning en het technische kunnen van ir. Hidde Nijland bereikte hier een absoluut hoogtepunt.

Behalve de reeks unieke constructies bestond het gros van de productie uit 10 kV materiaal en leverde men bijna uitsluitend voor de binnenlandse markt. Vooral het naoorlogse herstel en de industrialisatie bezorgden de fabriek veel orders; eind 1958 had Coq meer dan 800 man in dienst.

In 1953 ging een oude wens in vervulling: de joint venture SA Coq- France met fabrieken te Pantin (Noordoost-Parijs) en Libourne (bij Bordeaux). Met als hoofdafnemer Electricité de France (EDF) werd in 2002 onder de naam Schneider in Libourne nog geproduceerd. Vanaf 1954 werd ook in Italië, in Savona (bij Genua) in licentie gebouwd; eind jaren vijftig realiseerde men hier een 130 kV-installatie. In Utrecht zou in 1960 ir. Hidde Nijland nog de voltooiing van zijn 170 kV drukluchtconstructie mogen meemaken.

Pas nadat de oprichter en directeur in 1962 was heengegaan, fuseerde Coq met de Smit Nijmegen groep, die in 1969 met de N.V. Holec samenging.

Ondertussen volgden er verdere technische mijlpalen: de BISEP 170 kV (1971), de BISEP 420 kV/SF6 (1974), de TRISEP 170 kV (1980) en de L-SEP 145kV (1984).

In 1995 is de hoogspanningsafdeling (het oude Coq) van N.V. Holec opgegaan in VA Tech Elin dat in 2006 door Siemens werd opgekocht. Behalve ondernemer was Ir. Hidde Nijland vooral uitvinder en constructeur. Als student Werktuigbouwkunde koos hij in 1905 voor de nieuwe studierichting Elektrotechniek. Vandaar zijn mechanische en fysische inzicht, dat later in een groot technisch oeuvre zou resulteren.

Ventielbatterij type 0-010 bestemd voor Hoogovens IJmuiden

Ventielbatterij type 0-010 bestemd voor Hoogovens IJmuiden.

Hoofdschakelinrichting 10 kV PEB Groningen Centrale Helpman met groot schakelvermogen

Hoofdschakelinrichting 10 kV PEB Groningen Centrale Helpman met groot
schakelvermogen.